Als je aan komt rijden bij het melkveebedrijf van Arend Huijgen, zie je een modern melkveebedrijf met ruime stallen, moderne melkrobots en een goed onderhouden erf. Toch begon het allemaal heel anders. “Ik kom uit een warm, liefdevol gezin met vier zussen”, begint Arend zijn verhaal. “We verhuisden in 1990 naar deze locatie als gevolg van ruilverkaveling. Mijn vader zag kansen en besloot de stap te zetten. Toen we hier kwamen, was er eigenlijk niets behalve weiland. Alles wat hier staat, hebben we met z’n allen opgebouwd", vertelt hij.
Zegeningen
Arends opa en vader waren ondernemers pur sang. Naast het melkveebedrijf startte opa Huijgen een taxibedrijf, Arends vader voegde daar ook een hooihandel aan toe. "Zelf liep ik vanaf mijn vierde al mee op de boerderij." Drie jaar geleden verloor Arend zijn vader. Nog altijd is zijn invloed dagelijks voelbaar. "Mijn vader en ik waren echt maatjes. Hij zei altijd: tel je zegeningen. Kijk naar wat je hebt, naar je gezonde kinderen en naar die mooie dingen die om je heen gebeuren. Dat probeer ik in alles wat ik doe vast te houden. Ook tijdens de verdrietige tijd van de ziekte en het overlijden van mijn vader. We hebben heel veel hulp en steun gehad van onze familie en vrienden. Dat is tot de dag van vandaag nog steeds het geval. Zo helpt mijn schoonvader, die inmiddels al gepensioneerd is, bijna elke morgen met het verzorgen van onze kalfjes. Dat vind ik heel bijzonder.”
Familie als fundament
Het laat zien dat het bedrijf niet alleen om koeien en melk draait. Het draait vooral om mensen. Arends vrouw Janita werkt twee dagen per week buitenshuis, maar helpt daarnaast volop mee op het bedrijf. Arend: "Een relatie op een boerderij werkt het beste als je er samen iets mee hebt. Anders wordt het lastig." Samen hebben ze vier kinderen: drie zoons en een dochter. De oudste is zeventien en volgt een agrarische opleiding. De jongste, een dochter van acht, loopt net zo enthousiast tussen de dieren als haar vader vroeger deed. "Ik hoop natuurlijk dat iemand het bedrijf wil overnemen. Maar ze moeten het wel écht zelf willen. Een boer moet geen boer worden, je bent het of je bent het niet." De melkveehouder wil zijn kinderen vooral niets opleggen. "Ik wil vooral dat ze gelukkig worden. Als ze ervoor kiezen, moet het uit passie zijn. Niet omdat het van de familie verwacht wordt.”
Gezonde koeien op nummer één
Op het melkveebedrijf lopen voornamelijk Holstein-koeien, aangevuld met Fleckvieh en enkele roodbonte koeien. Een bewuste keuze, legt Arend uit. "Ik vind een beetje variatie in de veestapel mooi. Uiteindelijk gaat het mij niet om het ras, maar om de gezondheid van de koeien. Die gezondheid staat centraal in de dagelijkse bedrijfsvoering. Ik ben gelukkig als die koeien ook gelukkig zijn. Als er een koe ziek is, ben ik zelf ook niet vrolijk." De koeien krijgen een zorgvuldig samengesteld rantsoen met onder meer gras, reststromen uit de voedingsindustrie en aanvullende voedingsstoffen zoals lijnzaad en biotine. "We proberen echt alles te doen om ze gezond te houden. Dat is uiteindelijk de basis van het hele bedrijf."
Melkrobots spelen daarbij inmiddels een belangrijke rol. Het bedrijf melkt al bijna twintig jaar met Lely robots. In 2007 werd gestart met de Lely Astronaut A3. Inmiddels draaien op het bedrijf de nieuwste generatie A5-melkrobots. "Het was zeker wennen in het begin, maar nu zou ik niet meer anders willen. De techniek is enorm vooruitgegaan. Ik ben er trots op dat mijn vader de ingebruikname van deze nieuwste robot nog heeft kunnen meemaken. Hij was tot op het laatst geïnteresseerd en betrokken bij de dagelijkse praktijk van het bedrijf."
Natuurbeheer
Al meer dan twintig jaar doet het bedrijf aan weidevogelbeheer. Niet omdat het moet, maar omdat het past bij de manier waarop Arend naar landbouw kijkt. "Ik vind het belangrijk om niet alleen maar bezig te zijn met produceren. Er moet ook ruimte zijn voor natuur." Op de beheerpercelen wordt later gemaaid, waardoor weidevogels meer kansen krijgen om te broeden. Arend: “Het beheergras past minder goed in het rantsoen van mijn melkkoeien. Daarom gaat het naar de paardenhouderij. Zo combineren we natuurbeheer met een economische bestemming." De hooihandel, ooit begonnen door zijn vader, sluit daardoor nog altijd naadloos aan bij het bedrijf. "Dat vind ik ook gewoon leuk om te doen."
Op zijn beheerpercelen merkt de melkveehouder de gevolgen van de afbouw en afschaffing van derogatie. “Ik vind het eerlijk gezegd niet te begrijpen dat het is afgeschaft”, reageert hij bevlogen. “Rundveemest draagt bij aan een actief bodemleven en dat is juist weer belangrijk voor weidevogels. Bovendien zorgt het wegvallen van derogatie ervoor dat veel mest moet worden afgevoerd, wat dure transportbewegingen met zich meebrengt. Dat voelt voor mij als een gemiste kans van onze overheid. Juist als je natuurbeheer en landbouw wilt combineren, zou je ook moeten kijken naar de positieve bijdrage die rundveemest kan leveren aan bodem en biodiversiteit."
'Ik vind het belangrijk om niet alleen bezig te zijn met produceren. Er moet ook ruimte zijn voor natuur.'
Arend Huijgen
Boeren als roeping
Wanneer het gesprek op de toekomst van de sector komt, klinkt betrokkenheid en een kritische noot door. Niet vanuit frustratie, maar vanuit liefde voor het vak. "Boer zijn is geen gewone baan. Het is een roeping." Die overtuiging komt voort uit een diep besef van verantwoordelijkheid. "Je wordt hier op aarde gezet om een steentje bij te dragen. Voor mij betekent dat goed voedsel produceren en goed zorgen voor de dieren en het land." Volgens Arend wordt soms vergeten hoe belangrijk voedselproductie eigenlijk is. Terwijl de kosten voor mestafzet, energie, arbeid en regelgeving de afgelopen jaren fors zijn gestegen, ziet hij de melkprijs die ontwikkeling niet altijd volgen. "Als je kijkt naar 1980 en naar nu, dan zie je dat bijna alles duurder is geworden. Waarom zou dat voor melk anders zijn?” Hij pleit niet per se voor hogere melkprijzen, maar wel voor een systeem waarin de prijsontwikkeling van melk beter aansluit bij inflatie en toenemende productiekosten. “Ik zeg altijd: bouw er gewoon een stukje inflatiecorrectie in. Dan blijft het product ook op waarde."
Loyaal
Voor Arend is loyaliteit belangrijk. Hoewel hij ondernemend genoeg is om kansen af te wegen, voelt hij weinig behoefte om voortdurend van afnemers en toeleveranciers te wisselen. “Onze familie levert al jaren de melk aan Vreugdenhil. Mijn vader is ooit kort overgestapt naar een andere partij, maar we zijn vrij snel bij Vreugdenhil teruggekomen. Wij zijn geen echte overstappers. Als iets goed zit en het vertrouwen er is, dan blijf ik liever bouwen aan een relatie." Arend is ook al jarenlang actief binnen de leveranciersvereniging van Vreugdenhil. Hij ziet het aantal leden in de regio teruglopen, maar ziet zeker de toegevoegde waarde van de vereniging: “Je leert van elkaar en houdt contact met collega's in de buurt."
Vertrouwen in de toekomst
Met een vergunning op zak voor verdere groei zou het bedrijf nog kunnen uitbreiden. Toch heeft de melkveehouder daar op dit moment geen haast mee. "Alles staat er netjes bij. We hebben geïnvesteerd voor de toekomst. Nu wil ik eerst zien wat mijn kinderen willen." Zijn droom is helder: het bedrijf gezond houden, zodat een volgende generatie straks zelf kan kiezen. "Ik hoop dat ik het zo mooi achterlaat dat ze er trots op kunnen zijn. En als één van de kinderen later zegt: dit wil ik echt, dan staat er een prachtig bedrijf klaar."
Dit artikel verscheen in het magazine voor melkveehouders augustus 2026 van Vreugdenhil Dairy Foods.