Contact

Duurzame melkveehouderij

Deelname duurzaamheidsprogramma

De NZO (Nederlandse Zuivel Organisatie) en LTO (Land en Tuinbouw Organisatie) formuleerden ambitieuze doelen voor 2020 binnen het samenwerkingsverband Duurzame Zuivelketen
(www.duurzamezuivelketen.nl).
Deze doelen vertaalt Vreugdenhil in een duurzaamheidsprogramma, waarbij we onze 825 Nederlandse melkveehouders belonen voor duurzaamheidsinspanningen. Voor een financiële vergoeding moet een veehouder minimaal vijf van de twaalf programmapunten halen. Elke extra inspanning wordt financieel beloond, tot een maximum van € 0,60/100 kg melk. In 2018 ontving 84,7% van de melkveehouders een duurzaamheidspremie. In 2017 was dit 76%. Deze stijging is mogelijk te verklaren door extra communicatie via onder andere het melkveehoudersmagazine, leveranciersvergaderingen en de bedrijfsbezoeken die onze rayonadviseurs aflegden. Melkveehouders kregen een beloning voor onder meer het verhogen van de levensduur van hun koeien, efficiënt energiegebruik, het opwekken van duurzame energie, biodiversiteitsinspanningen, grondgebondenheid, het betrekken van de maatschappij, en het uitvoeren van het KoeKompas. Voor 2019 zal het programma nagenoeg gelijk zijn aan 2018. In 2019 zal er een extra beloning worden ingericht op basis van de kalvergezondheid.

Verlagen broeikasgassen op de boerderij 

De meeste broeikasgasemissie in onze waardeketen vindt plaats op de boerderij. Onder andere de methaanuitstoot van koeien, maar ook door het gebruik van fossiele brandstoffen. Met onder andere een premie voor een laag energiegebruik en het opwekken van duurzame energie willen we de uitstoot van broeikasgassen verlagen. In 2018 wekte 9,2% van de melkveehouders minimaal 50% van het energieverbruik zelf duurzaam op. In 2017 was dit nog 7%. Ons doel was 10% en is daarmee net niet gehaald, maar binnen handbereik voor 2019. Ruim 69% van de melkveehouders gebruikte maximaal 70 kilowattuur per duizend kilogram melk. In 2017 was dat nog 66%. Onze ambitie voor 2019 is 70%. In 2017 heeft de sector een rekenmodel voor melkveehouders ontwikkeld waarmee zij hun gehele broeikasgasuitstoot kunnen berekenen. Dit geeft een completer inzicht dan de energiescan en wordt daarnaast door alle veehouders ingevuld. De resultaten over 2018 zullen pas in 2019 bekend worden. Binnen de Duurzame Zuivelketen hebben we ons aan de volgende doelen voor 2020 gecommitteerd: 20% reductie van broeikasgassen ten opzichte van 1990 en 16% duurzame energie. De laatste resultaten zijn door de Duurzame Zuivelketen gerapporteerd in de sectorrapportage over 2017.

Zorg van kalf tot koe

Een veehouder zorgt met veel aandacht, 24 uur per dag, 7 dagen per week voor zijn dieren. Om het welzijn van de koeien continu te verbeteren, hanteren zij al enige jaren de ‘KoeKompas’-tool. Dit is een instrument waarmee de dierenarts twee keer per jaar het dierenwelzijn en de diergezondheid in kaart brengt en advies geeft over mogelijke verbeterstappen. In 2018 is een nieuw instrument geïntroduceerd waarmee melkveehouders op basis van bedrijfsspecifieke kengetallen een beeld krijgen waar de sterke punten en verbeterpunten voor het bedrijf liggen. De kengetallen die hierbij  bekeken worden zijn bijvoorbeeld de statussen van dierziekte en het gebruik van diergeneesmiddelen. Op basis van deze kengetallen wordt er een KalfOk-score afgegeven. In 2018 maakten 500 melkveehouders vrijwillig gebruik van dit instrument. In 2019 komt er een financiële beloning voor een goede KalfOk-score.

Weidegang

Ons weidegangpercentage steeg in 2018 met bijna 0,6% naar 88,1% ten opzichte van 2017. Het Nederlandse gemiddelde is 82%. Hiermee is de landelijke doelstellig van 81,2% vanuit het Convenant Weidegang uit 2012 gerealiseerd. Het weidegangpercentage wordt berekend door de optelsom van het aantal melkveehouders met deel- en volledige weidegang. Onder volledige weidegang verstaan we dat de melkkoeien minimaal 6 uur per dag en ten minste 120 dagen per jaar buiten lopen (of minimaal 720 uur per jaar, gedurende minimaal 120 dagen). Bij deelweidegang moet minimaal 25% van de runderen minimaal 120 dagen weidegang krijgen.

 

Weidegangpercentage:

2015: 86,0%
2016: 85,6%
2017: 87,5%
2018: 88,1%

Fosfaatreductie versus levensduur


In 2018 daalde de levensduur van de koeien van onze melkveehouders met 6 dagen in vergelijking met 2017 naar vijf jaar, acht maanden en 7 dagen. Deze levensduur is 48 dagen hoger dan het landelijk gemiddelde. De daling van de afgelopen twee jaar werd mede veroorzaakt door de wettelijke verplichting vanuit de overheid om de fosfaatproductie te reduceren. De fosfaatreductieregeling (2017) is het gevolg van de afspraken die eerder met Brussel zijn gemaakt om onder het fosfaatplafond van 172,9 miljoen kilogram fosfaat te blijven, één van de voorwaarden om derogatie in Nederland te houden. Derogatie is een uitzonderingspositie waarbij boeren onder voorwaarden meer stikstof uit dierlijke mest mogen gebruiken op een hectare voedergrasland. Om onder dit plafond te blijven zijn de afgelopen twee jaar koeien mogelijk eerder geslacht dan wanneer er geen grens zou zijn. Vanaf 2018 is het fosfatenrechtenstelsel ingevoerd. Op basis van de resultaten heeft Nederland voor 2018 en 2019 weer een derogatie toegekend gekregen van de Europese Commissie.

Verbeteren van de biodiversiteit 

Onze melkveehouders leven met en voor de natuur. Voor het diervoer zijn zij in grote mate afhankelijk van het klimaat en de bodemvruchtbaarheid van het land. Dit willen ze ook op de lange termijn optimaal houden en daarom is duurzaam beheer van het land belangrijk. Veel veehouders zijn zich hiervan bewust en zetten zich in voor agrarisch natuurbeheer. Denk aan weidevogelbeheer, het onderhouden van natuur of investeren in landschapselementen. 58,8% van onze melkveehouders neemt extra maatregelen om de biodiversiteit te vergroten.